Aktueel

RB overwegend positief over vereenvoudiging BTW-teruggaaf

Het Register Belastingadviseurs (RB) is in het algemeen positief over de voorgestelde regels voor de vereenvoudigde teruggaaf van btw bij oninbare vorderingen. Dat schrijven ze in een reactie op de internetconsultatie teruggaaf BTW en milieubelasting oninbare vorderingen. Het RB ziet nog wel ruimte voor verbetering

Voorstellen verbeteren

Het gaat om de situatie dat een ondernemer voor door hem geleverde goederen of diensten de verschuldigde BTW en eventuele milieubelasting heeft voldaan, maar een afnemer de vergoeding vervolgens niet of slechts gedeeltelijk betaalt. De ondernemer krijgt dan nu onder bepaalde voorwaarden de betaalde belasting terug. Het ministerie van Financiën heeft voorstellen gedaan om deze regeling te verbeteren. ‘Wij onderschrijven uiteraard de wens om te komen tot een vereenvoudiging van de betreffende regelingen en een vermindering van de administratieve lasten voor het mkb, schrijft RB-voorzitter Wil Vennix. ‘De voorstellen kunnen nog wel wat worden verbeterd.’

Opeisbaarheid

De belangrijkste voorgenomen wijziging is, dat het recht van een ondernemer op teruggaaf in ieder geval ontstaat voor zover de vergoeding één jaar na opeisbaarheid geheel of gedeeltelijk nog niet is ontvangen. Het RB vindt dit een welkome verbetering, maar wil eigenlijk een kortere vaste eindtermijn van zes maanden hanteren. ‘Doorgaans is na zes maanden al duidelijk of de vergoeding zal worden ontvangen.’

Komt vast te staan

In de huidige regeling gaat het erom dat redelijkerwijs komt vast te staan dat voldoening van de schuld door de schuldenaar achterwege blijft. Het RB ziet de term ‘komt vast te staan’ graag nog nader uitgewerkt onder de nieuwe regeling. Want, wanneer is er sprake van een dergelijk ‘komt vast te staan’ en hoe kan de belastingplichtige dit aantonen? Het RB vreest dat die term er voor zorgt dat er een zwaardere bewijslast ontstaat voor belastingplichtigen dan onder de huidige wet het geval is.

Geen afzonderlijk verzoek

Het ministerie heeft verder de vereenvoudiging voorgesteld dat de ondernemer de teruggaaf voortaan zelf in vermindering brengt op de aangifte en geen verzoek om teruggaaf meer hoeft te doen. Als de ondernemer het openstaande bedrag later alsnog (deels) ontvangt, wordt de belasting opnieuw (deels) verschuldigd. Ook dit vindt het RB een vooruitgang. ‘Het heeft daarbij om administratieve redenen (de borging van aansluitingen tussen de administratie en de aangifte) wel de voorkeur om hiervoor een afzonderlijk veld in het aangiftebiljet op te nemen (zoals ook in het verleden het geval was).’

Overgangsrecht

Tot slot vindt het RB de voorgestelde regeling voor het overgangsrecht niet geheel duidelijk. Het RB vraagt zich af waarom de termijn van één jaar pas wordt geacht te zijn aangevangen met ingang van de inwerkingtreding van deze bepaling. Het heeft de voorkeur van het RB om deze termijn onmiddellijk te laten aanvangen.

Bron: elseviernextens.nl